VO₂max in context: prestaties, gezondheid en efficiëntie
In dit artikel:
Kristian Blummenfelt postte vorige week op social media een VO₂max-waarde van 101 ml/kg/min — naar verwachting de eerste keer dat bij een mens een waarde boven de 100 is gerapporteerd. Daarmee zou hij het eerdere record van de Noorse wielrenner Oskar Svendsen voorbijstreven. De melding riep meteen zowel bewondering als scepsis op: onderzoekers en coaches wijzen in een LinkedIn-discussie op uitzonderlijk hoge ventilatiewaardes in de meting, wat de score kan hebben opgeblazen.
VO₂max geeft aan hoeveel milliliters zuurstof je lichaam per minuut per kilogram gewicht maximaal kan opnemen en gebruiken tijdens zware inspanning. Het wordt vaak gezien als de beste indicator van cardiorespiratoire fitheid — kortweg de motor van je hart-longsysteem — en is belangrijk voor prestaties in duursporten. Daarnaast is VO₂max een sterke voorspeller van gezondheid en levensverwachting, een punt dat onder meer longevity-experts benadrukken: een goede score vereist dat de hele zuurstofketen (longen, hart, bloed, spieren) goed werkt.
Lang werd gedacht dat VO₂max slechts beperkt trainbaar was, maar nieuwere analyses tonen aan dat consistente, jarenlange en gestructureerde training grote verbeteringen kan opleveren — soms tientallen procenten. De belangrijkste stimulus is langdurige aerobe belasting gecombineerd met goed getimde intervallen. Voor praktische bepaling volstaan sporthorloges tegenwoordig vaak met redelijke schattingen, mits ze zijn gevoed met recente (sub)maximale inspanningen; de gouden standaard blijft echter een labtest met ademgasanalyse en bij voorkeur lactaatmeting.
Belangrijk nuancepunt: VO₂max is niet allesbepalend. Efficiëntie — hoeveel zuurstof je nodig hebt voor een bepaalde snelheid (running economy) — kan beslissend zijn. Eliud Kipchoge heeft een ‘slechts’ hoge VO₂max maar is uitzonderlijk efficiënt en liep toch de eerste sub‑2‑uur marathon. Voor triatleten geldt dat VO₂max relevanter wordt naarmate afstanden korter zijn; bij een Ironman is zuinigheid op race-intensiteit vaak belangrijker dan een maximale VO₂max. Coaches plannen daarom vaak seizoenperiodisering: pieken in VO₂max in winter/vorseizoen en daarna inleveren ten gunste van aerobe efficiëntie richting de race.
Wie zijn eigen VO₂max en efficiëntie wil weten, kan met labtesten of contact opnemen met specialisten (de auteur vermeldt zijn contact). De Blummenfelt-claim onderstreept enerzijds de betekenis van VO₂max, maar laat ook zien dat metingen kritisch beoordeeld moeten worden en dat performance uiteindelijk uit meerdere factoren bestaat.