Ultra-atleet Erik Schopman 'klaagt' zichzelf naar de finish
In dit artikel:
Ultra-atleet Erik Schopman ruilt snelheid voor grenzen: waar anderen streven naar PR’s of podiumplaatsen, zoekt hij uit hoe ver zijn lichaam en geest kunnen gaan. Ooit jeugdvoetballer, ontdekte hij pas als volwassene de liefde voor duursporten: rond zijn 25e begon hij met wielrennen, tegen zijn dertigste besloot hij spontaan een triathlon te proberen na het zien van Challenge Almere. Wat aanvankelijk nieuwsgierigheid was, veranderde in een zoektocht naar ultra-duur: nu loopt hij 100 kilometer “alsof het niets is” en vergelijkt hij zichzelf met mensen die hele continenten rennend doorkruisen.
Schopman vertelt dat zijn motivatie vooral zit in het toetsen van grenzen: “Ik wil weten: kan ik dit? En als ik het kan… wat kan er dan nog meer?” Waar hij in het begin nog vooral op snelheid hoopte, heeft hij geleerd dat dat niet zijn sterkste punt is; hij legt zich er bij neer en zoekt juist plezier en betekenis in extreme duurinspanningen. Tegelijkertijd erkent hij dat er een soort wervel van steeds extremere uitdagingen is ontstaan binnen de sport, waardoor de lat steeds hoger komt te liggen.
Dit portret verscheen in Triathlon Inside Magazine (editie 11), waarin ook interviews staan met onder anderen Greg Van Avermaet, marathonsensatie Mikky Keetels en een persoonlijk verhaal van Els Visser over haar afscheid van de topsport.
Vandaag Inside Oranje: Bas Nijhuis voorspelt uitslag van Nederland-Marokko: 'Dan spelen we 'm uit met 5, 6-0!'