Kan je te traag trainen? Het belang van zone 1-training

woensdag, 4 maart 2026 (21:00) - Trikipedia

In dit artikel:

Bert Flier bespreekt in zijn Trikipedia-blog het belang van extreem langzame training — zone 1 — en stelt de vraag of “te langzaam” trainen wel zin heeft. Aan de hand van een persoonlijk contrast tussen een slakkengang tijdens de openingsrit van de Taeru-triathlonstage en een dag op de bagagedrager van de snelle groep, werkt hij toe naar een meer wetenschappelijke duiding van zones en effecten.

Definities: Flier hanteert zone 2 als inspanningen tot aan de aerobe drempel (vast te stellen met een inspanningstest of lactaatmeting). De onderkant van zone 2 is minder scherp; hij neemt vaak zo’n 10 hartslagen onder de bovengrens als praktisch vertrekpunt. Alles onder die grens valt in zone 1. In lactaattermen komt zone 2 doorgaans neer op stabiele lactaatwaarden rond 1,5–3,0 mmol (baseline +0,5–1,0 mmol).

Wat levert zone 1 op? Flier noemt meerdere arguments en voorbeelden: topmiddellangeafstandslopers besteden volgens gedetailleerde data tot zo’n 76% van hun loopvolume aan zone 1 — dat betekent bijvoorbeeld in een 100 km-week ongeveer 76 km op zeer rustig tempo. Concreet: bij atleten met een omslagpunt van 2:50/km (HF ca.185) lopen ze hun herstelwerk in 4:45/km of langzamer (HF rond 140). Het illustreert dat zone 1 vaak veel trager is dan recreanten denken.

Ondersteunende studies en cases: onderzoek door tweevoudig olympisch kampioen Alistair Brownlee wijst uit dat een grotere verhouding rustige kilometers samenhangt met betere marathonresultaten; zijn conclusie: extra rustige kilometers kunnen meer opleveren dan nog meer harde sessies. Praktijkvoorbeeld Tim Wolvetang, die na de overstap naar ultrarunning Nederlands kampioen 100 km werd, schrijft zijn succes deels toe aan extreem veel zone 1-werk (lange hikes, ultralange gravelritten en rustig volume).

Belangrijkste inzichten en praktische tips:
- Je kunt volgens Flier niet “te langzaam” trainen: zone 1 draagt fundamenteel bij aan uithoudingsvermogen, herstel en trainingstolerantie.
- Zone 2 is wezenlijk zwaarder en verandert met fitter worden — wat ooit comfortabel leek, schuift op.
- Specifieke intensiteit blijft noodzakelijk: elke trainingszone heeft zijn plek; rustwerk alleen is geen allesomvattende strategie.
- Een vuistregel: ligt je omslagpunt op 5:00/km, dan kan je zone 1 gerust richting 7:00/km of langzamer liggen.

Flier besluit dat hij ook bij volgende stages liever de langzaamste groep begeleidt, omdat die trainingen niet alleen fysieke basis leggen maar ook ruimte bieden voor genieten en herstel. Wie wil weten waar zijn persoonlijke zone 1 begint, kan volgens hem een inspanningstest laten doen of contact opnemen voor advies.