Faalangst bij sporters: als een training voelt als een examen
In dit artikel:
Voor sommige sporters begint de stress van een training al uren voordat ze hun schoenen aantrekken. Vooral intervaltrainingen kunnen voelen als een examen: wie de voorgeschreven tijden niet haalt, denkt al snel te hebben gefaald of de coach teleurgesteld te hebben.
Triathlon- en Hyroxcoach Eline Peterse herkent dat gevoel uit haar eigen sportverleden. Een trainer zei ooit dat iemand die geen 10 kilometer in veertig minuten liep, niet in de groep thuishoorde. Daardoor werden trainingen zoals zes keer duizend meter voor haar meetmomenten die bepaalden of ze goed genoeg was. Ze ging zelfs losse 10-kilometerwedstrijden vermijden.
Als coach ziet Peterse dezelfde onzekerheid bij haar eigen atleten. Zij vergelijken zich met snellere sporters en proberen hun verwachtingen vooraf te temperen. Volgens haar is dat onnodig: trainingsschema’s worden afgestemd op iemands doel en niveau. Een atleet die een halve marathon onder de twee uur wil lopen, hoeft niet hetzelfde te doen als iemand die voor een WK-kwalificatie traint.
Het niet halen van een training betekent bovendien niet automatisch dat die training mislukt is. Een zware of bewust uitdagende sessie kan juist waardevolle informatie opleveren. De coach kan dan nagaan of de belasting te hoog was, herstel ontbrak of er structureel iets moet veranderen. Pas wanneer een vergelijkbare training meerdere keren niet lukt, is dat volgens Peterse reden om het plan direct aan te passen. De vraag moet dan niet alleen zijn waarom de sporter tekortschiet, maar ook of het schema wel goed aansluit.
De snelheid of het vermogen op het horloge is daarbij niet altijd het werkelijke doel. Bij een thresholdtraining kan het bijvoorbeeld gaan om een bepaalde tijd op de juiste intensiteit; de snelheid is slechts de uitkomst van die dag. Slaap, stress, voeding, werk, herstel, weer en andere omstandigheden beïnvloeden wat iemand kan presteren. Na ongeveer vijftien minuten merkt een sporter vaak of een training zwaar maar haalbaar is, of dat het lichaam duidelijk aangeeft dat aanpassen verstandiger is.
Peterse waarschuwt ook voor een te grote afhankelijkheid van Garmin, Strava en andere meetgegevens. Data kan helpen om gevoelens achteraf te controleren, maar mag niet bepalen hoe iemand zich hoort te voelen. Het lichaam is geen machine die iedere dag hetzelfde presteert. Haar ideale atleet kan uiteindelijk goed genoeg naar het eigen lichaam luisteren zonder voortdurend apps nodig te hebben.
Daarom adviseert ze sporters om een gevreesde training op gevoel uit te voeren, desnoods zonder horloge of met een afgedekt scherm. Een training is geen examen waarop telkens bewezen moet worden dat je goed genoeg bent. Ook aanpassen, luisteren naar lichamelijke signalen en leren van een tegenvallende sessie kunnen tekenen van vooruitgang zijn.
Vandaag Inside: Héérlijk gesprek tussen Johan Derksen en 85-jarige fan: 'Eén ding wil ik hem nog graag vragen…'