De tirannie van het gemiddelde
In dit artikel:
Bert Flier (Trikipedia) pleit ervoor dat triatleten niet klakkeloos algemene adviezen overnemen, omdat wetenschap en individuele responsen vaak ver uiteenlopen. Hij legt uit hoe Randomised Controlled Trials (RCT’s) werken: groepen worden willekeurig verdeeld en effecten op groepsgemiddelden worden gemeten. Dergelijke studies zijn belangrijk om stemmingmakerij en onbetrouwbare claims te weerleggen, maar ze laten zien wat gemiddeld gebeurt — niet wat per individu gebeurt.
Flier benadrukt dat binnen groepen sterke variatie kan optreden: sommige sporters profiteren enorm van een interventie, anderen merken nauwelijks verschil of ondervinden juist negatieve effecten. Als voorbeelden noemt hij HIIT, krachttraining en het keto-dieet: elk kan bij de ene atleet tot betere prestaties en gevoel van welzijn leiden, terwijl het bij een ander juist overbelasting, slechter herstel of verlies van kracht geeft. Daarom is één universeel recept gevaarlijk; niemand is het statistische gemiddelde.
In plaats van blind vertrouwen op studies, profs of influencers adviseert Flier systematische zelfexperimenten: begin met een nulmeting, verzamel gegevens over slaap, trainingen, herstel en subjectief gevoel, voer één verandering tegelijk door en geef die lang genoeg de kans om effect te hebben. Gebruik tests in kerntrainingen om te beoordelen of iets werkelijk verbetering brengt en wees eerlijk in de interpretatie. Op die manier ontdek je wat voor jou persoonlijk werkt.
Flier ziet RCT’s niet als overbodig maar als complementair: ze tonen wat meestal werkt, terwijl atleten moeten achterhalen wat voor hén werkt. Praktische moderne hulpmiddelen zoals wearables en n=1‑methoden kunnen dit proces ondersteunen door individuele data nauwkeuriger vast te leggen. Wie wil experimenteren of begeleiding zoekt, kan contact opnemen via het vermelde e‑mailadres.