De timing van de borstcrawl
In dit artikel:
Een goede timing tussen beide armen is essentieel voor een efficiënte borstcrawl. De voorste arm moet lang genoeg steun en balans bieden, terwijl de andere arm op tijd aan de catch begint. Zo blijft de zwemmer snelheid houden en ontstaat er een vloeiende overgang tussen de slagen. Maaike Vooren, mede-eigenaar van Personal Swim Coach en proftriatleet, legt uit dat het juiste moment per zwemmer verschilt. De catch kan beginnen wanneer de overhaalarm ongeveer ter hoogte van het hoofd is, maar ook pas wanneer de vingers het water raken. Snelheid, mobiliteit, lichaamsrotatie, ademhaling en de natuurlijke slag bepalen waar binnen die bandbreedte de beste timing ligt. Sprinters zwemmen meestal met een hogere slagfrequentie en minder overlap dan langeafstandszwemmers; openwaterzwemmers kiezen vaak eveneens voor een hoger ritme.
Wie de catch te vroeg inzet, gaat zogenoemd ‘molenwieken’. De voorste arm verliest dan te snel zijn steun, terwijl de andere arm nog niet ver genoeg naar voren is. Dat verstoort de balans, verhoogt de weerstand en maakt het moeilijker om goed druk op het water op te bouwen. Bij een te late inzet komen beide armen bijna tegelijk voor het lichaam te liggen. Daardoor ontstaat een lange glijfase zonder nieuwe voortstuwing, waardoor de snelheid wegvalt. De ideale timing ligt tussen deze uitersten: voldoende lengte en rust aan de voorkant, maar geen pauze die de slag onderbreekt.
Vooral tijdens het ademhalen verandert bij veel zwemmers het armritme. De voorste arm wordt dan soms te vroeg naar beneden gedrukt of de catch wordt versneld om ruimte voor de ademhaling te maken. Het hoofd hoort mee te draaien met de lichaamsrotatie, terwijl de voorste arm rustig voor blijft. Zwemmers kunnen controleren of hun timing verandert door enkele slagen zonder ademhaling te vergelijken met een slag waarin ze wel ademhalen.
Vooren adviseert oefeningen zoals bijleggen, bijna bijleggen en het aantikken van het hoofd. Daarbij blijft de voorste arm langer liggen, zodat zwemmers het verschil tussen steun, glijden en te lang wachten leren voelen. Met een timingladder kunnen zij de pauze geleidelijk verkorten en zoeken naar een natuurlijk ritme. De timing verschuift bovendien met de snelheid: bij rustig zwemmen ligt de catch doorgaans later, bij hogere snelheid eerder. Het belangrijkste is niet het kopiëren van een andere zwemmer, maar het vinden van een moment waarop balans, lengte en voortdurende voorwaartse beweging samenkomen.
De Oranjezomer: Frans Duijts over opvallende taferelen tijdens optredens: ‘Zelfs seksuele handelingen...’