Athletic conditioning: motor, chassis en bedrading
In dit artikel:
Triatleet en HYROX-sporter Bert Flier beschrijft hoe hij al 26 jaar werkt aan zijn lichamelijke zwakke plekken. In 2002 kreeg hij tijdens een trainingsstage in Potchefstroom van een specialist te horen dat hij vanwege rug- en hamstringbilklachten “levenslang” core-oefeningen zou moeten doen. Sindsdien voert hij die routine trouw uit: aanvankelijk zes keer per week, tegenwoordig drie keer. Als hij ermee stopt, keren de klachten terug.
Met het ouder worden bleek alleen zijn vaste oefenprogramma niet meer voldoende. Hoewel zijn duurvermogen — de “motor” — nog goed is, merkte Flier dat zijn fysieke basis achteruitging. Zijn heupen waren stijf, zijn bilspieren werkten onvoldoende, zijn nek en schouders zaten vast en zijn looptechniek miste reactievermogen. Ook diep squatten en achterom kijken op de fiets werden lastig.
Daarom richt hij zich het afgelopen jaar intensiever op athletic conditioning: training voor het totale systeem van motor, “chassis” en “bedrading”. Zijn core- en rugroutine verwerkt hij drie keer per week in de bootcamp die hij in Utrecht geeft. Daarnaast werkt hij meerdere keren per week aan de mobiliteit van onder meer zijn heupen, schouders, knieën en enkels. Door zijn deelname aan HYROX doet hij ook weer krachttraining, niet alleen om sterker te worden, maar om bewegingen als diep squatten, afzetten en het gebruik van zijn bilspieren opnieuw goed aan te leren.
Volgens Flier heeft die aanpak ook invloed op de neuromusculaire aansturing: de samenwerking tussen spieren, krachtontwikkeling en reactief bewegen. Waar hij tijdens zijn marathonfocus geregeld pijntjes had, voelt bewegen nu weer gemakkelijker en lijkt hij zich opnieuw een jongere atleet te voelen.
In de triatlonwereld groeit de aandacht voor aanvullende kracht-, mobiliteits- en stabiliteitstraining. Topatleten als Lionel Sanders, Sam Long en Jan Frodeno besteden er nadrukkelijk aandacht aan, al kiezen Kristian Blummenfelt en Gustav Iden er door hun trainingsweken van ongeveer dertig uur juist beperkt voor. Flier benadrukt dat sporters geen spectaculaire oefeningen hoeven na te doen, maar hun eigen zwakke schakels moeten aanpakken. Een sportarts, fysiotherapeut of andere specialist kan helpen vaststellen waar mobiliteit, kracht, coördinatie of belastbaarheid tekortschiet. Athletic conditioning draait volgens hem dan ook niet om zoveel mogelijk oefeningen, maar om een lichaam dat duurvermogen veilig, soepel en effectief kan benutten.
Vandaag Inside: Shelly Sterk op de vingers getikt om decolleté: 'Wat zag jij eruit?!'